PNE (nieuw!)

Nieuw bij Kineo: PNE

Wat is Percutane Needle Electrolysis (PNE)?

Percutane Needle Electrolysis is een innovatieve behandelmethode voor chronisch peesklachten, slijmbeursontstekingen, kapsel- en bandklachten, zenuwbeknellingen en acute spierklachten. Bij PNE wordt er onder echogeleiding een Dry-Needle naald in het aangedane weefsel gebracht of in de directe omgeving. Vervolgens wordt er via de Dry-Needle naald een korte galvanische stroom toegediend. De stroomtoediening vindt tijdens een behandeling plaats in 3 seconden.

Door PNE is het mogelijk om (complexe) chronische klachten te behandelen, maar daarnaast is PNE ook geschikt om acute klachten sneller te behandelen.

De toepassing van PNE brengt verschillende voordelen met zich mee:

  • Hoge aantoonbare effectiviteit bij langdurige chronische klachten;
  • Goed combineerbaar met andere vormen van actieve therapie;
  • Lokale behandeling die direct op het aangedane weefsel, of in de directe omgeving ervan, wordt aangebracht;
  • Geen aantasting van gezond weefsel;
  • Behandeling onder echografische controle;
  • De kans op een recidief is minimaal.

Vaak zijn 3 of 4 PNE behandelingen voldoende om een significante vermindering in pijn te krijgen. Heeft u echter een chronische blessure, dan kost het meer tijd om te herstellen.

Een PNE-behandeling is niet een op zichzelf staande therapievorm, het wordt gecombineerd met een daarop afgestemd oefenprogramma.

Effectiviteit van de PNE-therapie

De effectiviteit van de PNE is onder meer aangetoond met een breed scala aan dieronderzoeken. Gedegen onderzoek bij dieren is noodzakelijk geweest voor het begrijpen van de moleculaire en histologische processen binnen tendinopathieën (peesklachten) (Sánchez-Sánchez, 2011; Sánchez, Martin & Calderón et al., 2011; Vallés, Sánchez & Valera et al., 2011). Daarnaast is op deze manier de effectiviteit van de therapie vastgesteld. PNE zorgt voor een directe ontstekingsreactie en vervolgens een zeer snelle, proliferatieve herstelreactie (Valera-Garrido, Minaya-Muñoz & Sánchez-Ibáñez et al., 2012).